In 2021 verschijnt ‘Van Kapel tot Dolhuys – Haagse geesteszorg vanaf de Middeleeuwen tot 1700’. Nu, vijf jaar later, verschijnt van dezelfde auteur, Corry van Straten, ‘Het Huis aan het Slijkeinde - Het Haagse Dolhuis in de 18e eeuw’. Het is een lijvig boek van 588 pagina’s en daarvan beslaan de 11 bijlagen weliswaar 260 pagina’s, maar dan nog.
Je krijgt als lezer de indruk dat Van Straten alles, maar dan ook werkelijk alles wat met het Dolhuis in de 18e eeuw te maken heeft in het boek laat terugkomen. Het varieert van de ambachtslieden, de aanvoer en het gebruik van azijn, de zwangerschappen, de schoonmaaksters, de ruimten voor de pestslachtoffers, vlas en de verwerking ervan, de jaaroverzichten, tot en met de begraafplaatsen. In meer dan 90 deelonderwerpen analyseert Van Straten de dagelijkse gang van zaken in het 18e eeuwse Dolhuis. En dan in de bijlage nog eens gedetailleerd 50 verschillende onderwerpen, zoals bijvoorbeeld de namen en bijzonderheden van alle bewoners in die periode. Geen personeelslid, geen bezoeker, geen schoonmaakmiddel, geen aannemer of relevante plattegrond blijft onvermeld.
Om het Dolhuis en het leven in het Dolhuis beter te begrijpen, geeft het eerste hoofdstuk een algemene beschrijving van Nederland in de 18e eeuw. Het is de eeuw van de Verlichting, de eeuw van de regenten en de patriotten, de eeuw van corrupte bestuurders, maar vooral de eeuw van armoede voor velen. En armoede maakt een volk bevattelijk voor opstanden, zo ook in Den Haag waar bijvoorbeeld in 1748 grootschalige plunderingen plaatsvinden.
In het begin van de 18e eeuw is er een behoorlijke mate van tolerantie tegenover waanzin. Het gedachtengoed van de Verlichting associeert waanzin met redeloosheid en redeloosheid is ongewenst. Door het kijken naar ‘redelozen’ ontstaat in de kijker een proces van fascinatie. “Gebiologeerd kijkt die mens met afgrijzen en wellust naar de ontmenselijkte mens. Het is een proces van aantrekken en afweren, waarbij in het griezelen ook plezier ontstaat”, schrijft Van Straten. Overigens, al in 1722 schaffen de regenten van het Haagse Dolhuis de bezichtigingen af. Naarmate de eeuw vordert, verandert het beeld over waanzin en na 1780 wordt waanzin steeds meer het terrein van de medicus.
Het is een boek over het Dolhuis en allen die in de 18e eeuw erin verbleven en ermee te maken hadden. Maar het boek biedt tegelijkertijd een mooie inkijk in de sociale zorg van die tijd en sterker, het geeft een goed beeld van de gehele maatschappij in de 18e eeuw in Den Haag. Of zoals Jan van Zanen, onze burgemeester, in zijn voorwoord schrijft: ”Het boek verrijkt ons begrip van de Haagse geschiedenis en herinnert ons eraan hoe belangrijk het is dat verhalen van zorg, kwetsbaarheid en menselijkheid worden verteld.”
De auteur heeft een schrijfstijl die je eerder zou verwachten bij een scriptie (“Aan het begin van dit hoofdstuk schets ik een kort overzicht…”) (“Tegelijk besteed ik aandacht aan…”) (“Daarna kijk ik naar het denken over…”) (“Ik gaf een globaal overzicht…”) en dat is somtijds wat storend, maar als je je daar overheen zet, krijg je al lezend steeds meer bewondering voor dit grondige onderzoek.
Het Huis aan het Slijkeinde – Het Haagse Dolhuis in de 18e eeuw; Corry van Straten; Uitg. De Nieuwe Haagsche; 2026; 588 pag; €27,50. ISBN 978 94 6010 123 6