De Joodse begraafplaats kwam in 1694 tot stand op initiatief van Ziskind Pos uit Poznan in Polen, die als jongeman in 1656 vluchtte voor de Kozakken en de Russen, terechtkwam in Amsterdam en vervolgens naar Den Haag trok en een winkel had op de hoek Spui en Gedempte Gracht.
Hij werd er in 1697 als een der eersten begraven; het is het oudste Hoogduitse graf. De begraafplaats begon zeer klein (ongeveer 84 m2) en was bedoeld voor Sefardische (Portugese) en Hoogduitse Joden. De Asjkenazische of Hoogduitse joden waren gevlucht voor de pogroms in Midden- en Oost-Europa. De Sefardim waren aan het eind van de 15e eeuw uit Spanje en Portugal verdreven.
In 1710 werd de begraafplaats in tweeën gedeeld. De Hoogduitse Joden kregen een eigen gedeelte om te gebruiken. De Portugese Joden bleven hun doden op het oudste gedeelte begraven. Zij kochten er later nog een stuk grond bij.
Als gevolg van de sterke toename van het aantal Hoogduitse Joden in Den Haag werd de begraafplaats regelmatig uitgebreid in de 18e en 19e eeuw. Verreweg het grootste deel van de begraafplaats is dan ook Hoogduits. Het Portugese deel van de begraafplaats is tot op heden nog in gebruik. Het Hoogduitse deel was omstreeks 1900 zo goed als vol, daarom werd in 1906 in Wassenaar een nieuwe Hoogduitse begraafplaats geopend. Dat er tot op heden begraven wordt, komt omdat families al heel vroeg reserveringen plaatsten. Volgens de Joodse wetten ligt er altijd maar 1 persoon in een graf. Het graf en de aarde rondom behoren tot de overledene. Bij de komst van de Messias zullen de doden immers herrijzen. Daarom mag er nooit iets van de begraafplaats verwijderd worden.
De begraafplaats telt bijna 10.000 graven, maar slechts 2.860 grafstenen. Grafstenen waren voor de meeste Hoogduitse families onbetaalbaar. Ook zijn er in de loop der eeuwen grafstenen verdwenen door oorlog en verval. De grafstenen zijn uniform van afmeting, omdat er volgens het jodendom geen verschil bestaat tussen arm en rijk in de dood. De in het oog springende monumentale graftombe van schilder Simon Verveer vormt hier een bijzondere uitzondering op. Verveer wordt president van de Haagse Pulchri Studio en leermeester van o.a. Jan Hendrik Weissenbruch en Frederik Hendrik Kaemmerer. Hij overlijdt in 1876. Er zijn meerdere staande stenen, wat bij de Duitse cultuur gebruikelijk is.
En zo lopen we de begraafplaats over en stopt onze gids bij diverse graven om te vertellen over het leven van die personen en bij velen hoe zij met hun familie al dan niet door WOII zijn gekomen. We krijgen de gebruiken te horen die horen bij de begrafenisrituelen en de periode erna. We worden gewezen op de verschillende inscripties en versieringen op de grafstenen: in de 18e en begin 19e eeuw dragen de Hoogduitse zerken Hebreeuwse teksten, de Joodse namen, de Joodse overlijdensdatum en symbolen voor de functie van de overledene in de synagoge. De 18e en begin 19e eeuwse Portugese grafstenen dragen teksten en altijd de familienaam (in tegenstelling tot de Joodse namen op Hoogduitse stenen) in het Portugees, Spaans en Hebreeuws, soms met familiewapens en prachtige versieringen en veelal de Joodse sterfdatum samen met die in de Christelijke jaartelling.
De website vermeldt nog dat de meesten zonder grafstenen liggen: mannen en vrouwen uit de goeddeels verpauperde Haagse jodenbuurt; marskramers, slagers, winkeliers en bedelaars en vele, vele kinderen. Maar ook mensen die hier tijdens de Duitse bezetting in het geheim zijn begraven.
We eindigen bij het Metaarhuisje (het vroegere bewassingshuisje), dat werd gebruikt voor het ritueel reinigen van overledenen. Hier hangen tien panelen waarin in kort bestek een aantal joodse begrafenisrituelen worden toegelicht.
We hebben onze gidsen van Het Gilde hartelijk bedankt voor hun rondleiding en het delen van hun kennis. Het was indrukwekkend en zeer interessant.